Hubertus (Haub) Motmans,
bokkerijder, landbouwer, handwerker, gedoopt op
27‑02‑1724 te
Kuringen, overleden op
07‑09‑1774 te
Wellen (Bonderkuil) op 50-jarige leeftijd.
Hij werd als bokkerijder op 01-08-1774 aangehouden te Munsterbilzen waar hij naar de terechtstellingen van andere Wellense bokkerijders was gaan kijken. Op 20-08-1774 onderging hij in de leenzaal te Munsterbilzen de scherpe examinatie en op 03-09-1774 werd zijn doodvonnis uitgesproken. Hij werd op 07-09-1774 te Wellen op de Bonderkuil gewurgd aan een staak en daarna werd zijn lichaam tot as verbrand. Samen met hem werden er die dag op de Bonderkuil nog 10 andere bokkerijders terechtgesteld.
Bij de Bokkenrijdersbende van Wellen, die in de jaren 1770 door Drossaard Hollanders van Alken uitgeroeid en op de bonderkuil verbrand werd, hoorde een zekere Hubert Motmans, die te Russelt, een gehucht van Wellen, woonde.
Wel over deze man willen we het in ons verhaal hebben en zullen we trachten u te vertellen wie die man was en waarom en op welke wijze hij aan zijn einde kwam.
Drossaard Hollanders van Alken had reeds zeven bokkenrijders van Wellen aangehouden en te Munsterbilzen in het gevang laten opsluiten. Het dorp Wellen hoorde in die tijd bij het rechtsgebied van Munsterbilzen, waar een Abdis van een nonnenklooster het hoofd van was.
Deze zeven bokkenrijders waren daar reeds tot de doodstraf veroordeeld en zouden daar op 1 augustus 1774 aan een paal gewurgd worden, om daarna hun lichaam te verbranden tot asse. Van heinde en verre waren op die dag vele mensen te Munsterbilzen toegestroomd om getuige te zijn van dit akelig schouwspel, waaronder ook Hubert Motmans een vader van tien kinderen uit Wellen. Maar wat die man niet wist, was dat een der veroordeelden zijn naam genoemd had als mededader van een roofoverval. Daar ter plaatse werd hij dan ook door Drossaard Hollanders opgepakt en in de gevangenis opgesloten.
Op 19 augustus verscheen hij voor het gerecht en daar hij niet wilde bekennen werd hij tot de foltering verwezen. Deze foltering greep reeds plaats op 26 augustus en daar bekende hij alles wat die beulen maar wilden. Een week later waren de rechters reeds klaar met hun vonnis, want op 3 september spraken ze de doodstraf al uit. Die luidde als volgt: wurgen aan een paal en daarna het lichaam verbranden tot asse. En nog eens vier dagen later, op 7 september 1774 werd het vonnis al uitgevoerd op de Bonderkuil te Wellen. Maar Hubert Motmans was niet alleen, ze waren opnieuw met zeven mannen, waarvan er vijf levend verbrand zouden worden.
Toen met op die dag de brandstapel aanstak te Wellen steeg er zo een verschrikkelijk en hartverscheurend gehuil en gekerm uit de brandstapels op, dat de Drossaard de trommels liet roffelen om die akelige smartkreten te verdoven. Die dag werden er te Wellen op een bijzondere gruwelijke wijze, zeven mannen van het leven beroofd.
De rechters van die tijd hadden juist geteld 38 dagen nodig gehad, van aanhouding tot terechtstelling, om hun karwei te klaren. Voldaan keerden ze dan ook huiswaarts naar vrouw en kinderen en wasten hun handen in onschuld, want ze waren immers ervan overtuigd dat ze recht hadden gesproken.
Wat had die man in feite misdaan
Volgens zijn bekentenissen had hij de bokkenrijders-eed afgelegd en was 12 jaren lang lid van de bende geweest. Hij was driemaal betrokken geweest bij een roofoverval, te weten: bij Massart te Rummen, op de Hompelenpomp en bij Laurens Dendas te Stevoort. Ook was hij erbij toen er vier brandbrieven gelegd werden en hij stond op wacht toen drie van die vier pachtwinningen werden afgebrand, omdat de eigenaars weigerden enig losgeld te betalen.
Dit alles bekende hij na een zeer zware foltering die uren had geduurd. Naar de maatstaven van die tijd, kreeg men daarvoor de doodstraf.
Wie was Hubert Motmans
Volgens onze gegevens werd hij geboren te Hilst bij Hasselt in het jaar 1724 en dit in een gezin dat uit elf kinderen bestond. Daar groeide hij op en trad er in het huwelijk. Daarna ging hij te Wellen wonen waar tien kinderen geboren werden.
Ik laat zijn gezin hier volgen.
Motmans Hubert huwt te Hasselt op 18-1-1745 met Guffens M. Cath. * Kuringen 27-2-1724 en + Wellen 07-09-1774 = 50 jaar - Bonderkuil
Hun kinderen geboren te Wellen
0 Jan * Hasselt 21-11-1745 x Otten Cath. Zepperen 4-10-1767
1 M. Dimpha 20-03-1748 Peter = Jan Motmans = + kind
2 M. Ida 22-06-1749 Meter = Maria Motmans
3 M. Dimpha 25-11-1751
4 Lambertus 21-07-1754 Meter = Gertrude Motmans = + kind
5 Lambertus 15-02-1756 = + kind
6 Hubertus 27-12-1758 Peter = Jan Motmans
7 M. Cath. 27-08-1763 = + kind
8 Maria 24-07-1765
9 Godfried 25-02-1768
10 M. Cath. 26-07-1772 Meter = Elisabeth Motmans
Van deze elf kinderen kunnen we aannemen dat vier ervan enige tijd na de geboorte overleden zijn, zodat de moeder na de terechtstelling van haar man met zeven kinderen achterbleef, waarvan er drie nog zeer jonge kinderen waren.
In de Franse volkstelling uitgevoerd rond het jaar 1797 vind ik te Wellen drie namen terug uit deze familie, het waren: Nr. 2 Ida 50 jaar, Nr. 9 Frederik 30 jaar en Nr. 10 M. Cath. 26 jaar oud, wat ongeveer klopt met de gegevens van hierboven. Uit andere gegevens las ik dat zijn enige zoon, na de terechtstelling van zijn vader, Wellen verliet voor een andere gemeente en zich daar steeds zeer slecht gedragen heeft. Het moet Nr. 0 Jan geweest zijn, die op dit tijdstip toch al meer dan 28 jaar oud was. Het is dan ook deze Jan die we jaren later terug vinden als de laatste Bokkenrijder van Limburg. Vijfmaal was er ene Motmans Peter of Meter voor zijn kinderen, het zullen zijn broers en zussen geweest zijn of misschien ook wel zijn vader.
Tot zo ver de kleine geschiedenis van Hubert Motmans bokkenrijder van Wellen.
Jef Bonneux, Zwarteinde 84, Kozen - maart 1999, zoon van
Joannes Motmans en
Oda Hauben.
Gehuwd op 20-jarige leeftijd op
18‑01‑1745 te
Hasselt met
Maria Catharina Guffens, overleden op
13‑01‑1782 te
Wellen.
1.
Joannes Lambertus (Jan) Motmans (zie
II.1),
hoefsmid, gedoopt op
21‑11‑1745 te
Hasselt, overleden
??‑08‑1799 te
Luik.
In zijn boek, "De Bokkerijders" sluit J.Melchior het hoofdstuk Motmans op blz. 203 als volgt af: "De vermelde Hubert Motmans was te Hilst onder Hasselt geboren en aldaar de 18-01-1745 gehuwd met Maria Catharina Guffens. Zijn enige zoon verliet Wellen na de terechtstelling zijns vaders en verhuisde naar een andere Limburgse gemeente, waar hij zich slecht gedragen heeft". In strijd met zijn gewoonte vermeldt J.Melchior hier geen enkele bron. Wat hij zegt is ten minste gedeeltelijk fout. Toch is het de opstellers blijven intrigeren, tot eindelijk de oplossing van het raadsel gevonden werd in de stukken van het leger der Franse republiek op het rijksarchief te Luik. Tijdens de nacht van 16 op de 17 Prairial van het jaar VII (van 4 op 05-06-1799), werd er ingebroken bij Jean Baptiste Lelièvre, molenaar te Stevoort. Joannes Motmans, 55 jaar, zoon van Hubert en Guffens Maria Catharina, hoefsmid te Stevoort, 2 van zijn zonen, namelijk Hubert, 30 jaar oud, hoefsmid te Stevoort en Pierre Hubert, 29 jaar oud, eveneens hoefsmid te Stevoort en 5 anderen werden hiervan verdacht en opgesloten in de gevangenis te Luik. Op 17 Thermidor van het jaar VIII (04-08-1799) verschenen zij er voor de krijgsraad van het Franse leger. Alleen vader Joannes Motmans werd schuldig bevonden en ter dood veroordeeld, de anderen werden vrijgesproken. Dit verklaart meteen waarom Jean Motmans te Luik overleden is. Uit dat proces weten wij o.a. dat Joannes Lambertus Motmans 1,71 m mat en grijzend over het voorhoofd gekamd haar had.
Motmans Kop Af te Stevoort
We zijn ongeveer 25 jaar later en weer duikt er ene Motmans op, die de geschiedenis ingaat als "Motmans Kop Af". Hij was de laatste bokkenrijder van Limburg en woonde te Stevoort. Daar in die gemeente pleegde hij zijn laatste roofoverval, waarvoor hij de doodstraf kreeg, straf die werd uitgevoerd te Luik in het jaar 1800.
Wat was er te Stevoort gebeurd
Op een juni nacht van het jaar 1797 werd Jan Lelièvre, baas van de Elsartsmolen, plotseling gewekt door het helse lawaai waarmee de voordeur werd ingebeukt. Amper was hij uit bed, toen reeds twee gemaskerde kerels de slaapkamer binnenstormden. Man en vrouw werden dadelijk gekneveld en geblinddoekt en de vrouw die zwanger was werd mee gesleurd naar de kelder, daar onder een biervat gelegd met geopende kraan zodat ze bijna stikte. Nadat ze verklaarde dat ze niemand van de bandieten kende, werd ze door toedoen van de hoofdman der bende terug bij haar man op de slaapkamer gebracht. Heel het huis werd afgezocht naar kostbaarheden en die werden samengebracht om mee te nemen. Ook het gouden uurwerk van de molenaar werd gevonden en ook het geld van de verkochte schapen, waarvoor ze speciaal gekomen waren en waarvan ze wisten dat hij dit dezelfde dag had opgetrokken.
Zonder het te weten was de huisvrouw zelf de oorzaak van die overval geweest. In de loop van die dag had ze een boer op bezoek gekregen die in geldnood verkeerde en vroeg of ze hem geen zekere som kon lenen. Ze antwoordde hem: "Ik heb maar weinig geld in huis, maar kom morgen terug, want mijn man is naar Sint-Truiden waar hij 800 gulden moet gaan optrekken van de verkochte schapen en dan zullen we u zeker helpen." Dit had de boer verder verteld aan zijn naaste buur en deze op zijn beurt aan de smid van het dorp, vanwaar uit in vroegere jaren al het nieuws van het dorp verspreid werd.
Maar als alles klopt van hetgeen we nu al weten, was Jan Motmans wonende op het dorpsplein de smid van het dorp, maar tevens ook de leider van een dievenbende. Dus als dit op waarheid berust, was het voor onze smid niet moeilijk om terstond zijn plannen te beramen om diezelfde nacht nog toe te slaan. Want alles moest zeer vlug gebeuren. Het geld was nog heel zeker in huis en zijn trawanten woonden dichtbij en kenden de weg, waarbij ook zijn twee volwassenen zonen behoorden, die ook alle twee smid waren en bij hun vader inwoonden.
De overval was goed gelukt, de buit was groot en ze waanden zich in de hemel, maar ze hadden zich vergist en de molenaarsknecht onderschat, want deze had hem herkend en daardoor belandde onze smid op het schavot.
De bokkenrijdersbende waren sedert de jaren 1775 zo goed als uitgeroeid, zowel te Stevoort als te Wellen. Maar te midden van de jaren 1790 opereerde toch weer een dievenbende te Stevoort en omstreken. Er werd ingebroken bij pachter Everaert op de Jodenstraat te Stevoort, ook op de winning van de Vogelsanck te Schakkebroek, waar achteraf de familie Vos woonde. De volgende die aan beurt kwam was de hoeve van de Bleckenberg, waar de pachter werd doodgeschoten, en de laatste was dan de aanslag op de Elsartsmolen, waar de dieven bij nacht en ontij, met woest geweld te keer gingen. Maar een aandachtige molenaarsknecht had enkele daders herkend en alzo kwam er een einde aan hun roversovervallen.
Pas drie jaar later in 1800 kwamen acht leden der bende voor het Franse tribunaal te Luik, dat een omstreden vonnis velde. Zeven leden werden als meelopers beschouwd en vrijgesproken. Alleen de kapitein werd schuldig bevonden en kreeg de zwaarste straf. Hij werd op 5 augustus 1800 te Luik op de Guillotine gelegd - dit was het nieuwe moordtuig door de Fransen uitgevonden - en daarmede onthoofd.
Na de gruwel van rad, galg en brandstapel, was iedereen ervan overtuigd dat Motmans van geluk mocht spreken, want hij had een barmhartige straf gekregen, die in een flits een einde aan zijn leven stelde. Thans wordt nog steeds verteld dat het hoofd van Motmans daarna werd opgezet en te Luik in een museum werd tentoongesteld.
Wie was nu Motmans Kop Af?
Een zeer moeilijke vraag waar we op dit ogenblik nog geen pasklaar antwoord kunnen op geven. Naar het schijnt werden de processtukken van het vonnis Motmans bewaard in de Archieven van Stevoort, maar enkele jaren na dit voorval waren ze op een geheimzinnige wijze uit de Archieven verdwenen. Maar toch hebben we een familie uit Stevoort gevonden, waarvan we menen dat de vader met zijn twee zonen, de voornaamste daders van die roofoverval waren. Ik laat die familie hier volgen.
De familie Motmans te Stevoort
Motmans Jan Lambert huwde te Zepperen op 04-08-1767 met Otten M. Catharina
° Hasselt 21-11-1745
+ Luik 5-8-1800 = 55 jaar, onthoofd
Hun kinderen geboren te Stevoort
1 Hubert 07-07-1768 P + M Chris. Otten en Cath. Guffens
2 Petrus 03-11-1770 M = Ida Motmans
3 M. Cath. 01-01-1773 + St. 03-10-1805 P = Hubert Motmans
4 Jan 29-08-1775 + St. 06-04-1799 M = Dimpha Motmans
5 M. Elisab. 23-10-1777
6 Maria 01-02-1780 P + M = Piet en An Marie Motmans
7 M. Ida 19-07-1782
8 M. Dimpha 14-05-1785 P = Hubert Motmans
9 Lambert 13-04-1786 P = Hubert Motmans
10 Theresia 27-08-1789 + St. 01-06-1792 P+M = Fred. en Cath. Motmans
Volgens de Franse volkstelling van rond de jaren 1796-1797, bestond dit gezin in die tijd uit volgende personen.
-Motmans Jan is 56 jaar oud, is smid, vader van het gezin, ° Hasselt
-Otten M. Cath. is 53 jaar oud, moeder, ° Graesen
-Motmans Hubert is 30 jaar oud, is smid, zoon, ° Stevoort
-Motmans Pieter is 29 jaar oud, is smid, zoon, ° Stevoort
-Motmans Cath. is 28 jaar oud, dochter, ° Stevoort
-Motmans Jan is 27 jaar oud, woont te Luik, zoon, + Stevoort 01-06-1799
-Motmans Elisa is 26 jaar oud, dochter, ° Stevoort
Dit zijn de ouders en de vijf oudste kinderen van dit gezin, de vier volgende kinderen werden niet ingeschreven, omdat de Fransen alleen de volwassen personen telden en het laatste kind was voordien al gestorven. Ook zoon Jan 27 jaar die te Luik woonde tijdens de Franse telling was te Stevoort gestorven op 1 juni 1799.
Jan Motmans die gehuwd was met Otten Cath. was de zoon van Hubert Motmans en Guffens Catharina. Dus vader en zoon Motmans stierven beiden als bokkenrijders, de vader te Wellen in 1774 en de zoon die te Stevoort woonde te Luik in het jaar 1800.
Dat het hier ging over vader en zoon Motmans hebben we na heel wat opzoekingen kunnen bewijzen. Bij de vader Hubert ging het zonder veel moeite, want zijn geschiedenis vindt men terug in de uitgaven over de bokkenrijders van Wellen. Maar over zijn zoon Jan was het heel wat moeilijker, omdat er over deze feiten geen geschriften bekend zijn.
Nochtans zijn er nog steeds enkele oudere mensen die in geuren en kleuren kunnen vertellen over "Motmans Kop Af" en nu nog steeds kunnen aanwijzen waar eens de woning van die man stond op het dorpsplein te Stevoort en waar soms onvoorstelbare handelingen plaatsgrepen. Dat men er soms nog wat geheimzinnig over doet, heeft misschien ermee te maken dat hier in de ronde nogal wat Motmansen wonen. Maar die kunnen gerust zijn, want de zonen Motmans hebben achteraf onze streken verlaten, zodat er hier geen afstammelingen overbleven.
Tijdens onze opzoekingen hebben we tussen 1700 en 1800 drie families Motmans kunnen terug samenstellen: de eerste woonde te Kuringen, de tweede te Wellen en de derde te Stevoort. Het waren allemaal families waar tien kinderen geboren werden. De twee daders vader en zoon die veroordeeld werden kwamen uit het tweede gezin dat te Wellen leefde.
Over hun schuld kan ik mij niet uitspreken. Het waren naar mijn mening arme lieden, die in opstand kwamen tegen hun grote armoede. De zoon, getekend door het gruwelijk lot dat zijn vader te Wellen moest ondergaan, heeft waarschijnlijk getracht zijn vader te wreken voor het grote onrecht dat de maatschappij zijn ouders met hun talrijke kroost had aangedaan.
Dat hij door die daad zijn eigen gezin in opspraak en tot schande bracht, zal te laat tot hem doorgedrongen zijn, waarvoor hij achteraf zwaar heeft moeten boeten. Nochtans behoorde hij te Stevoort tot de meest begoede burgers, want toen tijdens de Franse Revolutie hun troepen in het jaar 1794 Stevoort binnenvielen en de ingezetenen verplicht waren, om allerlei goederen te leveren die de Fransen nodig hadden, werd hij het hoogst van allen aangeslagen. Hij moest voor meer dan 600 gulden aan de Fransen leveren, de tweede in de rij voor meer dan 500 gulden en de vijf volgenden ieder voor meer dan 400 gulden, de laatste van de rij van 91 gezinnen die moesten leveren, kwam er van af met 3 gulden. Zo te zien had die man, die op het dorpsplein een smidse met herberg uitbaatte, het niet nodig om uit stelen te gaan.
Deze zaken die meer dan 200 jaar geleden hier in onze streken gebeurd zijn, leven nog steeds voort in de geesten van onze mensen, die het hebben horen vertellen van hun ouders en voorouders, reeds generaties lang. Ja, zelfs de nazaten van Jan Motmans, zijn meer dan 120 jaar later, toen de eerste auto's hun intrede deden, per auto "wat op hun welstand wees" van de kanten van Antwerpen naar Stevoort op bezoek gekomen om er kennis te maken met het dorp, waar eens hun beruchte voorvader geleefd en gewoond had.
Nawoord
Het waren toen beroerde tijden, de mensen waren arm en leefden in lemen hutten waar kinderen bij de vleet geboren werden. Velen van die arme gezinnen moesten bedelen of stelen gaan om te kunnen overleven. Maar degenen die daarbij betrapt werden, kregen zeer zware straffen en werden vaak op een weerzinwekkende wijze van het leven beroofd.
Thans staan we 200 jaren verder, de armoede is verdwenen, maar het moorden, het roven en het stelen gaat in stijgende lijn verder. Nu gaat het niet meer om wat lijnwaad en brood, maar om macht en miljoenen. Om die misdaad te bestrijden worden duizenden mensen ingezet, waardoor er velen zijn die er rijkelijk kunnen van leven en toch blijft de overheid maar falen, want hoe meer miljoenen men kan stelen, des te meer kans men heeft dat het nooit tot een vonnis komt.
Men zegt wel "Misdaad loont nooit?" Maar velen worden er thans rijk van.
Jef Bonneux, Zwarteinde 84, Kozen - maart 1999.
Gehuwd met
Maria Catharina Otten, geboren
circa 1742 te
Grasen.
2.
Maria Dymphna Motmans, gedoopt op
20‑03‑1748 te
Wellen (getuige(n):
p: Joannes Motmans, m: Christina Martens).
3.
Maria Ida Motmans,
wasseresse, gedoopt op
22‑06‑1749 te
Wellen (getuige(n):
p: Arnoldus Motmans (ex Alken), m: Maria Motmans), overleden op
24‑04‑1829 te
Stevoort op 79-jarige leeftijd.
4.
Maria Dymphna Motmans (zie
II.6), gedoopt op
25‑11‑1751 te
Wellen (getuige(n):
p: Joannes Clercx, m: Maria Guffens (ex Alken)), overleden op
23‑12‑1794 te
Wellen op 43-jarige leeftijd.
Gehuwd op 27-jarige leeftijd op
19‑09‑1779 te
Wellen met
Joannes Wilhelmus Claes (Cloesen), geboren te
Wimmertingen.
5.
Lambertus Motmans, gedoopt op
21‑07‑1754 te
Wellen (getuige(n):
p: Joannes Corffs, m: Gertrudis Motmans (vervangen door Maria Goffins)).
6.
Lambertus Motmans, gedoopt op
15‑02‑1756 te
Wellen (getuige(n):
p: Dionisius Renarts, m: Elisabeth Michiels).
7.
Hubertus Motmans, gedoopt op
27‑12‑1758 te
Wellen (getuige(n):
p: Joannes Motmans, m: Magdalena Clercx).
8.
Maria Catharina Motmans, gedoopt op
27‑08‑1763 te
Wellen (getuige(n):
p: Petrus Vanrusselt (vervangen door Petrus Stas), m: Maria Catharina Clercx (echt. Dionisius Renarts)).
9.
Maria Motmans, gedoopt op
24‑07‑1765 te
Wellen (getuige(n):
p: Petrus Heeren, m: Catharina Clercx).
10.
Godefridus Motmans, gedoopt op
25‑02‑1768 te
Wellen (getuige(n):
p: Matthias Jans, m: Margaretha Michiels).
Gehuwd met
Maria Ida Ballet.
11.
Maria Catharina Motmans, gedoopt op
26‑07‑1772 te
Wellen (getuige(n):
p: Henricus Heeren, m: Elisabeth Motmans).
Maria Dymphna Motmans, gedoopt op
25‑11‑1751 te
Wellen (getuige(n):
p: Joannes Clercx, m: Maria Guffens (ex Alken)), overleden op
23‑12‑1794 te
Wellen op 43-jarige leeftijd, dochter van
Hubertus (Haub) Motmans (zie
I.1) en
Maria Catharina Guffens.
Gehuwd op 27-jarige leeftijd op
19‑09‑1779 te
Wellen met
Joannes Wilhelmus Claes (Cloesen), geboren te
Wimmertingen.
1.
Anna Catharina Claes, gedoopt op
01‑12‑1779 te
Wellen.
2.
Maria Catharina Claes (Cloesen), gedoopt op
11‑11‑1780 te
Wellen.
3.
Joannes Claes, gedoopt op
02‑07‑1783 te
Wellen.